Grote kroosvaren - Azolla filiculoides Lam.


In de herfst door Grote kroosvaren dichtgegroeide sloot in de IJmond - Harry van Bruggen

Grote kroosvaren gemengd met Eendenkroos. Opvallend is de kroezige structuur van deze kroosvarens - Liesbeth van Bruggen

Grote kroosvaren in zomerkleur - Harry van Bruggen

Grote kroosvaren in herfstkleur - Harry van Bruggen

Vier grote microsporocarpiŽn en een klein macrosporocarpium ( bij de pijl ) van de Grote kroosvaren. De microsporangiŽn zijn door de microsporocarpiumwand te zien - Harry van Bruggen

MicrosporangiŽn van de Grote kroosvaren - Harry van Bruggen

Nederlandse naam Grote kroosvaren.
Wetenschappelijke naam Azolla filiculoides Lam.
Familie Salviniaceae - Vlotvarenfamilie.
Synoniemen Vele, niet in gebruik.
Verspreiding In Nederland is de Grote kroosvaren algemeen in het kustgebied, elders zeldzaam. Van oorsprong komt de plant uit Amerika en is bij ons sedert 1880 verwilderd. Kroosvarens kwamen in vroegere tijden veel in Europa voor, maar stierven tijdens de voorlaatste ijstijd uit.
Habitat De Grote kroosvaren groeit in kleine wateren op klei- of veenbodem. Hij geeft de voorkeur aan nitraat, karbonaat en fosfaatrijk water, en mijdt zwak brak water niet.
Beschrijving Kroosvarens zijn kleine drijfplanten, met vaak vertakte, horizontale stengels, die dicht met in twee rijen gerangschikte blaadjes zijn bedekt, die dakpansgewijze over elkaar liggen. Deze blaadje zijn 1 tot 2 mm groot en diep in twee lobben gespleten. De bovenlob is meestal wat kleiner dan de onderlob en blauwgroen, in de herfst steenrood gekleurd, dicht met papillen bedekt. De onderlob is lichter en zit onder water. De bovenlob heeft een naar beneden open holle ruimte, waarin het blauwwier Anabaena azollae leeft, dat niet buiten de kroosvaren overleven kan. De kroosvaren voorziet het blauwwier van zuurstof, terwijl het blauwwier de kroosvaren stikstof levert. In de zomer kan de soort, zeker vanaf grotere afstand gezien, wel met Eendenkroos worden verward. In de herfst echter, is de soort door de steenrode kleur gemakkelijk te herkennen.
Gebruik Aquarium : De Grote kroosvaren is gemakkelijk te kweken, zowel in een verwarmd als in een onverwarmd aquarium. Hij is daarvoor echter niet aan te bevelen, omdat hij in korte tijd de gehele oppervlakte bedekt, zodat regelmatig uitdunnen noodzakelijk is. Ook krijgt de plant, bij gebrek aan zonlicht niet de mooie rode kleur als in de natuur.
Vijver : De Grote kroosvaren is voor de vijver een mooie plant, die in het najaar prachtig rood kleurt, zoals bijgaande afbeeldingen laten zien. Eťn bezwaar heeft de plant: hij moet regelmatig worden uitgedund, omdat hij spoedig de gehele oppervlakte bedekt, zodat er in het water daaronder nog nauwelijks licht doordringt en eventuele vissen daardoor zuurstofgebrek krijgen.
Kweek De vegetatieve vermeerdering van deze varen is denkbaar eenvoudig: de veelvuldige vertakkingen breken regelmatig, waarna elk deel zich weer opnieuw vertakt en het proces zich herhaalt. De vegetatieve vermeerdering is veel interessanter, maar vooor liefhebbers kunstmatig onmogelijk. Varens zijn geen bloemplanten en ook de kroosvarens niet. Zij vormen sporen, net als de andere sporenplanten. Aan de onderzijde van de bladeren ontstaan (grote) microsporocarpiŽn en (kleine) macrosporocarpiŽn, omhuld door een vleugel aan de bovenste bladlob. Het laatste bevat slechts ťťn macrosporangium met slecht ťťn spore. Het microsporocarpium bevat veel kogelvormige microsporangiŽn, en deze op hun beurt vele microsporen. Deze hechten zich aan het macrosporangium. Later zinkt het geheel naar de bodem, waar beide kiemen en tot voorkiemen of protallia uitgroeien, die elkaar bevruchten, waarna een nieuwe kroosvarenplant ontstaat, die weer naar de wateroppervlakte stijgt. Het bovenstaande is slechts een zeer vereenvoudigde weergave van de gang van zaken.
Verwante soorten Een soort, die tot in de tweede helft van de twintigste eeuw in Nederland voorkwam, maar thans waarschijnlijk is uitgestorven, is Azolla cristata Kaulf. (syn. A. caroliniana auct. non Willd. en A. mexicana C. Presl.). Nog enkele andere ( tropische ) soorten zijn bekend, zoals A. pinnata en A. nilotica, die zelden door reizende liefhebbers worden meegebracht. Vooral de laatstgenoemde is een prachtige soort, helaas voor vijvercultuur niet geschikt ( niet winterhard ). De determinatie van sommige op elkaar lijkende soorten is erg moeilijk. Men heeft hiervoor een microscoop nodig.
Beschrijving : Harry van Bruggen

Literatuur
  • Bruggen, H.W.E. van, 2003, Die Algenfarngewšchse - Azollaceae, Teil 1: Aqua Planta 4-2003: 127-134.
  • Bruggen, H.W.E. van, 2004, Die Algenfarngewšchse - Azollaceae, Teil 2: Aqua Planta 1-2004: 8-13.
  • Kasselman, Chr., 1998, Handboek Aquariumplanten: 138.
  • Meijden, Ruud van der, 2005, Heukels' Flora van Nederland: 58-59.
  • Weeda, E.J., Westra R, Ch. en T., 1985, Nederlandse Oecologische Flora - wilde planten en hun relaties (Band 1). IVN, VARA en VEWIN, Hilversum en Haarlem: 52-53.