Klimopwaterranonkel - Ranunculus hederaceus L.


Klimopwaterranonkel in een duinrel nabij Schoorl - Harry van Bruggen

Met bloem en knop - E.van Bruggen-Bakker

Bloem - Harry van Bruggen

Zaden en kiemplant - Harry van Bruggen


Nederlandse naam Klimopwaterranonkel.
Wetenschappelijke naam Ranunculus hederaceus L. .
Familie Ranunculaceae - Ranonkelfamilie.
Synoniemen Batrachium hederaceum (L.) Gray
Verspreiding West-Europa: Ierland, Engeland (noordwaarts tot de Shetland-eilanden), Frankrijk, Spanje, Portugal, Denemarken. Verder langs de oostkust van Amerika tussen New Foundland en het gebied rond de Chesapeake Bay. In Nederland is de soort zeldzaam. De belangrijkste vindplaatsen zijn aan de randen van de Veluwe, in Drenthe, Twente, Midden-Brabant en Noord-Limburg en vooral ook in duinrellen ten noorden van Schoorl (Noord Holland).
De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeldzaam en matig in aantal afgenomen.
Habitat Ondiepe, stromende, zoete of zwak brakke wateren en soms op vochtige plaatsen. Deze wateren zijn vaak tamelijk rijk aan fosfaat en stikstof, maar arm aan carbonaat. In de natuur wordt de soort 's zomers vaak door andere planten ( vooral Mannagras, Glyceria fluitans ) verdrongen. De Klimopwaterranonkel kan zich in het vroege voorjaar in enkele weken vanuit zaad tot bloeiende planten ontwikkelen.
Beschrijving Aan de oppervlakte drijvende waterplant met in omtrek nier- of hartvormige (in vorm op Klimop lijkende), tot 25 mm lange en 35 mm brede, 1-3 cm lang gesteelde, glanzend groene drijfbladeren. Bloemen gesteeld, klein, gewoonlijk hoogstens 5 mm in doorsnede met 5 kelk- en meestal 5 kroonbladeren. Meeldraden gewoonlijk 7-10. Vruchten 18-24 1,4-1,7 mm lang en 0,9-1,1 mm breed.
Gebruik Aquarium: Wordt niet of zelden gebruikt.
Vijver: Geschikt, Als de plant 's zomers niet door concurrenten wordt verdrongen, is ook hier regelmatig uitdunnen vereist.
Kweek De kweek van deze soort is erg gemakkelijk en vraagt alleen wat ruimte. Hij vergt alleen voortdurend onderhoud om dichtgroeien van de oppervlakte te voorkomen. De zaden komen vrij in het water en ontkiemen zonder onze zorg. De plant schijnt vaak eenjarig te zijn en is dan voor haar voortbestaan op zaden aangewezen. Dit levert echter blijkbaar geen problemen op, want de schrijver van deze bijdrage heeft hem zeker al meer dan 15 jaar in cultuur. Men kan ook uitzaaien op zeer vochtige grond.
Verwante soorten Een op de Klimopwaterranonkel lijkende soort is R. omiophyllus Ten., waarvan de kroonbladeren 2 tot 3 maal zo lang zijn als de kelkbladeren ( bij de Klimopwaterranonkel ongeveer even lang ). Deze schijnt vroeger ook in Nederland te zijn voorgekomen.
Beschrijving : Harry van Bruggen

Literatuur
  • Casper, S.J. & Krausch, H.D., 1981. Süsswasserflora von Mitteleuropa (24), VEB Gustav Fischer Verlag, Jena: 509.
  • Meijden, R. van der, 2005. Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk, Wolters-Noordhoff bv, Groningen/Houten: 257.
  • Weeda, E.J., Westra, R, Westra, C. & Westra, T., 1983. Nederlandse oecologische flora 1. IVN, VARA en VEWIN: 248.