Waterpunge - Samolus valerandi
Waterpunge - Samolus valerandi L.


Bloeiende plant van Waterpunge op de Maasvlakte - Harry van Bruggen

Het ‘Slaplantje’ op de voorgrond in een aquarium - Joost Vlasblom

Bloeiwijze van Waterpunge - Joost Vlasblom

Bloemen van Waterpunge van dichtbij gezien - Harry van Bruggen

Zaad van Waterpunge, verzameld op de Maasvlakte - Harry van Bruggen

Kiemplanten van Waterpunge - Harry van Bruggen

Vier maanden oude zaailingen van Waterpunge - Harry van Bruggen

Nederlandse naam Waterpunge (door aquariumliefhebbers vroeger het ‘Slaplantje’ genoemd ).
Wetenschappelijke naam Samolus valerandi L. .
Familie Primulaceae – Sleutelbloemfamilie
Synoniemen Vroeger in de aquaristiek Samolus floribundus Humboldt & Bompland & Kunth genoemd, later ook Samolus parviflorus Rafinesque..
Verspreiding Vooral in kustgebieden in gematigde en warmere streken over de gehele wereld verspreid: Eurazië, Noord- en Zuid-Amerika, Noord- en Zuid-Afrika en Zuidwest-Australië. In Europa noordelijk tot Denemarken, Midden-Zweden, Zuid-Finland, de Åland-eilanden. In het binnenland zeldzaam. In Nederland komt de plant voornamelijk in kustgebieden voor en is vrij algemeen in het Deltagebied, in Noord-Holland, op de Waddeneilanden en aan de Friese Westkust. Elders is zij zeldzaam, zoals in pleistocene gebieden in Twente en de Achterhoek. In het Noord-Hollandse polderland komt Waterpunge hoofdzakelijk op plekken voor waar nog zout in de bodem zit.
Habitat Waterpunge groeit het meeste op vochtige plaatsen in jonge duinvalleien en op ontziltende strandvlakten, die hoogstens in de winter een enkele maal door zeewater worden overspoeld. Gewoonlijk staan de groeiplaatsen ‘s winters onder water. De plant kan zowel op lichte klei, zand, leem of laagveen groeien, maar zware klei en zure bodem worden gemeden. In de natuur groeit Waterpunge vaak tussen hoog opgaande planten als riet. Vaak wordt de plant gevonden samen met Oeverkruid (Littorella uniflora), Stijve moerasweegbree (Baldellia ranunculoides ssp. ranunculoides) en andere lage planten. Christel Kasselmann beschrijft in haar boek Aquariumplanten dat zij de planten aantrof op het Griekse eiland Korfoe. De planten groeiden in grote hoeveelheid in de volle zon in een zoetwaterlagune. De watertemperatuur bedroeg 26,5 tot 35,5 °C, de pH 8, de totale hardheid 32 °dH, de tijdelijke hardheid 12 °dH. Op de groeiplaats waren vele zaailingen.
Beschrijving Plant kaal. Bladeren omgekeerd eirond, gaafrandig en wat vlezig, ca. 20-45 mm lang en 8-25 mm breed. Basale bladeren in een rozet. Bloemstengel gewoonlijk 15-50 cm lang, vertakt en bebladerd. Stengelbladeren omgekeerd eivormig tot spatelvormig 13-30 mm lang en 7-16 mm breed. Bloemen klein, bloemsteel dun, 3-10 mm lang, wat boven het midden geknikt en daar met een klein steunblad. Kelk klokvormig, 1,5-2,5 mm lang. Kroonbuis ongeveer zo lang als de kelk, kroon ca. 2-4 mm in doorsnede, 5-lobbig, wit. Vruchtbeginsel ei- tot kogelvormig, korter dan de kelk. Zaden veelhoekig, roodbruin, fijn wrattig. Bloeitijd juni tot september. Af en toe komen geheel submerse, steriele planten voor. Daarom is de plant ook geschikt als aquariumplant. In de natuur sterft de rozet na de vruchtzetting af.
Gebruik Aquarium :Geschikt voor voorgrond- en middenbeplanting van een niet te warm aquarium (temperatuur van 20 tot 24 °C), waar Waterpunge 15 cm hoog en breed kan worden. In hoge aquaria het beste te planten op een wat verhoogd terras. Vegetatieve vermeerdering is niet altijd gemakkelijk, soms kan men het rizoom delen, soms ook worden adventiefplanten aan de bloemstengel gevormd. Vermeerdering uit zaad is produktiever. Het overwennen van de zaailingen dient heel geleidelijk te gebeuren. In het begin moeten de jonge blaadjes net boven water uitsteken. Geleidelijk kan men de waterstand verhogen, zodat de plantjes (na enkele weken) steeds verder onder water komen. De cultuur in een paludarium of in vochtige grond op de vensterbank is heel gemakkelijk.
Vijver: Geschikt voor de oevers van een vijver waar de plant in de zomer rijkelijk kan bloeien en vruchtzetten en zich door uitzaaien vermeerdert. De zaden kan men eventueel opvangen en op vochtige grond uitzaaien, waar ze spoedig zullen ontkiemen, zelfs als ze al een paar jaar oud zijn (daarom komt Waterpumge soms massaal te voorschijn na het kappen van elzenbroekbos: de zaden waren al voor de kap aanwezig). De zaailingen kan men eventueel elders uitplanten of aan het aquariumleven gewennen.
Kweek Zie boven.
Verwante soorten Geen.
Beschrijving : Harry van Bruggen

Literatuur
  • Bresser, Dorus de (2009): Samolus valerandii, WAP-krant 158: 17.
  • Casper, S.J., H.D.Krausch (1981): Süsswasserflora von Mitteleuropa (24), VEB Gustav Fischer Verlag, Jena: 718.
  • Kasselman, Chr. (1998): Handboek Aquariumplanten: 417.
  • Meijden, Ruud van der (2005): Heukels' Flora van Nederland: 452.
  • Weeda, E.J., Westra R, Ch. en T. (1985): Nederlandse Oecologische Flora - wilde planten en hun relaties (Band 3). IVN, VARA en VEWIN, Hilversum en Haarlem: 71-72.