Baldellia ranunculoides (L.) Parl.


Bloeiende Stijve moerasweegbree aan de rand van de vijver. Let op de vele vruchten, die een rijke zaadoogst voorspellen - Harry van Bruggen

Zaden van de Stijve moerasweegbree met gladde ribben en groeven - Harry van Bruggen

Het hart van de bloemen van de Stijve (r) en de Kruipende moerasweegbree (l).
Duidelijk is te zien, dat het aantal vruchtbeginsels van de eerste ondersoort veel hoger is dan van de tweede - Harry van Bruggen


Kruipende moerasweegbree aan de rand van de vijver - Liesbeth van Bruggen

Bloem van de Kruipende moerasweegbree - Harry van Bruggen

Zaden van de Kruipende moerasweegbree. Let op de onregelmatige structuur van de groeven en ribben - Harry van Bruggen

Nederlandse naam a. Stijve moerasweegbree.
b. Kruipende moerasweegbree.
Wetenschappelijke naam a. Baldellia ranunculoides (L.) Parl. subsp. ranunculoides.
b. Baldellia ranunculoides (L.) Parl. subsp. repens (Lam.) A. & D. Love.
Familie Alismataceae - Waterweegbreefamilie.
Synoniemen a. Echinodorus ranunculoides (L.) Asch.
b. Echinodorus repens (Lam.) Kern & Reichg.
Verspreiding a. Baldellia ranunculoides subsp. ranunculoides komt hoofdzakelijk voor in de kuststreken van West-Europa (van Zuid-Noorwegen en Gotland tot het Middellandse-Zeegebied, oostwaarts tot Dalmatië en Griekenland) en Noordwest Afrika. In Spanje zeldzaam. In Nederland is de soort de laatste jaren sterk achteruitgegaan, zodat zij op vroegere (binnenlandse) groeiplaatsen een zeldzaamheid is geworden. Alleen op de Waddeneilanden en Voorne komt ze nog in redelijke aantallen voor.
Van B. ranunculoides subsp. repens is het verspreidingsgebied waarschijnlijk veel kleiner, maar het is ook nog niet helemaal bekend, omdat de beide ondersoorten vroeger niet altijd werden onderscheiden. In Nederland komt zij zeldzaam voor in het Kempens district (Noord-Brabant en aangrenzend Limburg). In België eveneens alleen in de Kempen voorkomend.
Habitat a. Baldellia ranunculoides ssp. ranunculoides groeit vooral in zeer fosfaatarm water op een zand- of leembodem. De groeiplaats kan ’s zomers droogvallen of permanent onder water staan. In dieper water komt de plant echter meestal niet in bloei. Door verzuring van het milieu hebben concurrerende soorten deze plant uit de meeste heidevennen weggeconcurreerd.
b. Baldellia ranunculoides ssp. repens groeit in zwak zuur tot neutraal, carbonaatarm, zeer ondiep water op ’s zomers vaak droogvallende plaatsen: heidevennen, zand- en leemputten en sloten.
Beschrijving Bladeren in een rozet. Primaire bladeren grasachtig, tot 7 mm breed en submers tot 55 cm lang. Secundaire bladeren drijvend of emers, tot 20 cm lang gesteeld, smal elliptisch, circa 6-8 cm lang en1 cm breed met spitse top en meestal wigvormige basis. Bloeiwijzen met 1-3 (-4) bloemkransen met elk 9-13 (-30) betrekkelijk grote bloemen, met elk 3 kelk- en 3 witte tot roze, geel genagelde kroonbladeren, 6 meeldraden en vele vruchtbeginsels. Vruchtjes 2,5 mm lang en 1 mm breed. De ondersoorten ranunculoides en repens zijn, als de planten bloeien, meestal gemakkelijk te onderscheiden. Verschilpunten zijn:
Subsp. ranunculoides vermeerdert zich uitsluitend door zaden (uit zelf- of uit kruisbestuiving), de bloemen hebben een doorsnede van 13-15 (-18) mm en 20-45 vruchtbeginsels per bloem en de ribben en groeven van de zaden zijn glad.
Subsp. repens vermeerdert zich hoofdzakelijk door uitlopers (de planten zetten zelden zaad). De bloemen hebben een doorsnede van 15-22 mm en 15-20 vruchtbeginsels per bloem en de ribben en groeven van de zaden zijn papilleus. In tegenstelling tot subsp. ranunculoides zet subsp. repens uitsluitend zaad na kruisbestuiving. Omdat de planten op één groeiplaats vaak tot dezelfde kloon behoren, blijft in zo’n populatie vruchtzetting achterwege.
Gebruik Aquarium : Volgens Kasselmann kan de Stijve moerasweegbree in onverwarmde aquaria worden gehouden, waarschijnlijk geldt dat ook voor de Kruipende moerasweegbree.
Vijver : Beide ondersoorten zijn aanbevelenswaardige vijverplanten.
Kweek Aan de rand in de vijver, op vochtige grond of in ondiep water zullen de planten in het zomerseizoen goed groeien en rijkelijk bloeien. De ondersoort ranunculoides die in het voorjaar bij grotere tuincentra te koop is, zet overvloedig zaad en de zaden kunnen in het voorjaar op vochtige grond worden uitgezaaid. De ondersoort repens zet meestal geen zaad, maar de planten vermeerderen zich door uitlopers, zodat ons bestand toch kan groeien. Deze ondersoort is helaas niet in de handel verkrijgbaar. Het is te hopen, dat een kweker haar eens in zijn assortiment opneemt. De planten die thans bij enkele liefhebbers in cultuur zijn, stammen uit een slootje ten zuiden van Nieuwkuijk, waar de soort al vele jaren geleden verdwenen is, ongetwijfeld door vervuiling: het aangrenzende akkerland is al jaren geleden omgezet in een grote maïsakker, met alle schadelijke milieueffecten daarvan
Verwante soorten Op het Iberische schiereiland komt nog een tweede Baldellia-soort voor, t.w. B. alpestris (Cosson) Lainz. Voor zover bekend, is deze soort niet in cultuur.
Beschrijving : Harry van Bruggen

Literatuur
  • Casper, S.J. & Krausch, H.D., 1981. Süsswasserflora von Mitteleuropa (23): 169-172, VEB Gustav Fischer Verlag, Jena. 169.
  • Kasselman, C., 1998 Handboek Aquariumplanten: 147.
  • Meijden, R. van der, 2005. Heukels' Flora van Nederland: 86.
  • Weeda, E.J., Westra R, Ch. & Westra, T., 1985. Nederlandse Oecologische Flora - wilde planten en hun relaties (Band 4): 219-221. IVN, VARA en VEWIN, Hilversum en Haarlem